Zonnepanelen liggen op steeds meer daken in Nederland, en dat is niet voor niets. De elektriciteitsprijzen stegen de afgelopen jaren flink, en veel mensen zoeken naar manieren om minder afhankelijk te zijn van het energienet. Zonne-energie biedt daarvoor een concrete oplossing. Maar hoe werkt dat eigenlijk precies? En wat moet je weten voordat je de stap zet? Dit blog legt het stap voor stap uit, zonder ingewikkelde taal.
Hoe zonnepanelen zonlicht omzetten in elektriciteit
Een zonnepaneel bestaat uit kleine eenheden die fotovoltaïsche cellen worden genoemd. Die cellen zijn gemaakt van silicium, een halfgeleider die reageert op licht. Zodra zonlicht op zo’n cel valt, komen er elektronen in beweging. Die beweging wekt gelijkstroom op. Dat is stroom die maar in één richting stroomt. Thuis gebruik je echter wisselstroom, dus de gelijkstroom moet eerst worden omgezet. Dat doet een apparaat dat een omvormer heet. De omvormer zet de stroom om zodat je hem kunt gebruiken voor je wasmachine, je verlichting of je televisie. Bij grotere installaties worden meerdere panelen in serie geschakeld, ook wel een string genoemd, en aangesloten op een grotere omvormer. Zo werkt het systeem ook bij hogere vermogens betrouwbaar.
Welke soorten panelen er zijn en wat het verschil is
Niet alle zonnepanelen zijn hetzelfde. De meest gebruikte soort is het monokristallijne paneel. Deze panelen zijn gemaakt van één kristal silicium en hebben een donkere, egale kleur. Ze zetten zonlicht relatief goed om in stroom, ook als het bewolkt is. Polykristallijne panelen zijn iets goedkoper en herkenbaar aan hun blauwachtige tint. Ze bestaan uit meerdere siliciumkristallen en presteren iets minder goed bij lagere lichtintensiteit. Een derde variant is de dunnefilmtechnologie. Daarbij wordt een laag halfgeleidermateriaal aangebracht op een ondergrond zoals glas of metaal. Deze panelen zijn lichter en flexibeler, maar nemen meer ruimte in voor dezelfde hoeveelheid stroom. Voor de meeste woningen zijn monokristallijne panelen de populairste keuze, omdat ze een goede verhouding bieden tussen formaat en opbrengst.
Hoeveel stroom je kunt verwachten van je installatie
Het vermogen van een zonnepaneel wordt uitgedrukt in wattpiek, afgekort als Wp. Dat is het maximale vermogen dat een paneel levert onder ideale omstandigheden: volle zon, een temperatuur van 25 graden en geen schaduw. In de praktijk haal je dat maximum zelden, maar het getal geeft wel een goede indicatie. Een gemiddeld paneel heeft tegenwoordig een vermogen van 350 tot 450 Wp. Een huishouden met vier personen verbruikt gemiddeld zo’n 3.500 kilowattuur per jaar. Om dat volledig op te wekken heb je onder Nederlandse omstandigheden ruwweg acht tot twaalf panelen nodig, afhankelijk van de oriëntatie van je dak en de hoeveelheid schaduw. Een dak dat op het zuiden is gericht levert de meeste opbrengst. Oost en west zijn ook bruikbaar, maar geven een lagere jaaropbrengst. Een plat dak biedt de mogelijkheid om de panelen in de optimale hoek te plaatsen.
Wat terugleveren aan het net betekent voor je energierekening
Stroom die je zelf opwekt maar op dat moment niet gebruikt, kun je terugleveren aan het elektriciteitsnet. Je energiemeter registreert hoeveel je teruglevert. In Nederland gold lange tijd een salderingsregeling, waarbij teruggeleverde stroom volledig werd verrekend met je verbruik. Die regeling wordt stapsgewijs afgebouwd. Dat betekent dat het verstandiger wordt om zelf opgewekte stroom zo veel mogelijk direct te gebruiken. Denk aan de vaatwasser overdag draaien of je elektrische auto opladen als de zon schijnt. Een thuisbatterij is een andere mogelijkheid: daarmee sla je overtollige stroom op voor gebruik in de avond. De terugverdientijd van een installatie ligt in Nederland gemiddeld tussen de zeven en tien jaar, afhankelijk van de grootte van het systeem, de stroomprijs en je eigen verbruik. Na die periode geniet je van gratis stroom voor de rest van de levensduur van de panelen, die gemakkelijk vijfentwintig jaar of langer kan zijn.
Veelgestelde vragen over zonnepanelen
Werken zonnepanelen ook als het bewolkt is?
Zonnepanelen werken ook bij bewolkt weer, maar leveren dan minder stroom. Ze reageren op daglicht, niet alleen op directe zonneschijn. Bij een bewolkte hemel kan de opbrengst dalen tot zo’n tien tot veertig procent van de maximale capaciteit.
Hoe lang gaan zonnepanelen mee?
De levensduur van zonnepanelen is lang. De meeste fabrikanten geven een garantie van twintig tot vijfentwintig jaar op het vermogen. Na die periode werken de panelen nog steeds, maar de opbrengst daalt iets. Gemiddeld neemt het vermogen per jaar met ongeveer 0,5 procent af.
Heb je een vergunning nodig om panelen op je dak te leggen?
In de meeste gevallen heb je geen vergunning nodig voor het plaatsen van zonnepanelen op een schuin dak. Woon je in een beschermd stadsgezicht of een monumentaal pand, dan kunnen er andere regels gelden. Het is verstandig om dit van tevoren na te kijken bij jouw gemeente.
Wat is het verschil tussen een omvormer en een micro-omvormer?
Een gewone omvormer verwerkt de stroom van alle panelen samen. Een micro-omvormer zit op elk paneel apart. Het voordeel van micro-omvormers is dat schaduw op één paneel de rest van de installatie niet beïnvloedt. Ze zijn iets duurder, maar kunnen bij moeilijke daksituaties de totale opbrengst verhogen.



