Energieopwekking is de basis van alles wat we dagelijks doen: lichten aan, telefoon opladen, verwarming aan. Toch weten de meeste mensen weinig over hoe die stroom precies wordt gemaakt. In Nederland verandert de manier waarop we energie produceren snel. Steeds meer stroom komt van de wind, de zon en andere duurzame bronnen. Dat heeft gevolgen voor het netwerk, voor de kosten en voor wie er eigenlijk bij betrokken is.
Van fossiel naar duurzaam: de grote omschakeling
Lange tijd kwamen de meeste kilowatturen uit kolencentrales en gascentrales. Die verbrandden brandstoffen om stoom te maken, en die stoom dreef turbines aan die elektriciteit opwekten. Die methode werkt goed, maar stoot veel CO2 uit. De afgelopen jaren is er een duidelijke verschuiving zichtbaar naar hernieuwbare bronnen. Windturbines op zee leveren inmiddels een groot deel van de Nederlandse stroom. Zonnepanelen op daken en in velden zorgen voor steeds meer opgewekte energie, zeker in de zomermaanden. Nederland heeft ook geïnvesteerd in biomassa en waterkracht, al zijn die bijdragen kleiner. Het aandeel duurzame stroom in de totale productie groeit elk jaar. Dat is zichtbaar op platforms die de opwekking van duurzame energie in Nederland bijna in realtime bijhouden.
Hoe gewone mensen stroom opwekken via coöperaties
Niet alleen grote energiebedrijven wekken stroom op. Steeds meer bewoners doen dat samen, via een energiecoöperatie. Zo’n coöperatie is een groep mensen die gezamenlijk investeert in zonnepanelen of windmolens. De opgewekte energie gaat terug het net op, en de leden profiteren van de opbrengst. De overheid ondersteunt dit via de Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking, ook wel de SCE genoemd. Deze regeling geeft een vergoeding voor elke kilowattuur hernieuwbare energie die de coöperatie produceert. De hoogte van de subsidie is gebaseerd op het verschil tussen de kostprijs en de marktprijs van energie, de zogenaamde onrendabele top. Zo wordt het voor gewone mensen aantrekkelijker om samen te investeren in groene stroomproductie, ook als dat financieel nog niet vanzelf loopt.
Het elektriciteitsnet onder druk door meer lokale productie
Een bijzonder gevolg van alle nieuwe opwekcapaciteit is dat het elektriciteitsnet moeite heeft om alles te verwerken. Vroeger stroomde elektriciteit in één richting: van centrale naar huishouden. Nu sturen zonnepanelen overdag stroom terug het net in, terwijl ’s avonds juist veel vraag is. Die wisselende stroom maakt het beheer van het net ingewikkelder. Netbeheerders in Nederland geven aan dat er op veel plekken congestie is: het net zit vol en nieuwe aansluitingen moeten soms wachten. Er wordt hard gewerkt aan uitbreiding en slimmer beheer van het netwerk. Thuisbatterijen en slimme meters helpen daarbij, omdat ze stroom kunnen opslaan of verbruik kunnen spreiden over de dag. De groei van decentrale opwek, dus productie dicht bij de gebruiker, vraagt om een heel ander netwerk dan we gewend zijn.
Wat de toekomst brengt voor stroomproductie in Nederland
Nederland heeft flinke doelen gesteld voor de komende jaren. In 2030 moet een groot deel van de elektriciteit uit hernieuwbare bronnen komen. Daarvoor zijn meer windparken op zee gepland, komen er nieuwe zonneparken op land en wordt waterstof als energiedrager verder ontwikkeld. Waterstof is interessant omdat je er energie in kunt opslaan die later weer gebruikt kan worden. Dat lost een van de grootste uitdagingen op: de opwek van zonne en windenergie is afhankelijk van het weer, terwijl de vraag naar stroom constant is. Kernenergie staat ook weer op de agenda: er zijn plannen voor nieuwe kerncentrales in Nederland, die een stabiele en CO2 arme stroom kunnen leveren. De combinatie van al deze bronnen moet zorgen voor een betrouwbaar en schoon energiesysteem in de toekomst.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen zonne-energie en windenergie als het gaat om betrouwbaarheid?
Zonne-energie en windenergie zijn allebei afhankelijk van natuurlijke omstandigheden. Zonnepanelen produceren alleen stroom als de zon schijnt, dus vooral overdag en meer in de zomer. Windturbines produceren stroom als het waait, wat ’s nachts en in de winter vaak beter werkt. Door beide bronnen te combineren, wordt de totale stroomproductie stabieler.
Hoeveel stroom levert een gemiddeld zonnepaneel op jaarbasis op?
Een gemiddeld zonnepaneel in Nederland levert per jaar tussen de 250 en 300 kilowattuur op. Dat hangt af van de grootte, de richting en de hoeveelheid zonuren. Een huishouden met tien panelen kan daarmee ruwweg een kwart tot een derde van zijn jaarlijkse stroomverbruik zelf opwekken.
Kan iedereen meedoen aan een energiecoöperatie?
Meedoen aan een energiecoöperatie is in principe voor iedereen mogelijk, ook voor mensen zonder eigen dak of zonder geld voor zonnepanelen. Via een coöperatie leg je samen geld in voor een gezamenlijk project. Je hoeft dus geen eigen panelen te hebben om toch te profiteren van lokale stroomproductie.
Wat gebeurt er met stroom die niet meteen gebruikt wordt?
Stroom die op een bepaald moment niet gebruikt wordt, gaat terug het elektriciteitsnet in. Andere gebruikers kunnen die stroom dan afnemen. Als het net te vol is, kan overtollige energie ook worden opgeslagen in batterijen of worden omgezet in waterstof voor later gebruik.



